Geschiedenis van de familie Lippens
De Lippens hebben hun wortels in het Waasland (in Moerbeke-Waas leidden ze tot het begin dit jaar nog de suikerfabriek Iscal Sugar).
Een vroege voorvader van Maurice en Léopold Lippens trok op het einde van de 18de eeuw naar Knokke, toen nog een arm vissersdorpje.
Hij was aannemer in indijkingwerken, maar dijkte vooral ook polders in voor zichzelf. Hij werd stilaan eigenaar van de hele kustgemeente. Er is niet voor niets een Lippenslaan in Knokke.»
De gouden zet bij de familie Lippens kwam er halfweg de 19de eeuw.
Hippolyte Lippens en zijn zus Stéphanie sloegen een zus en een broer uit de familie de Kerckhove de Denterghem aan de haak.
De huwelijken met de leden van deze oude adellijke familie uit Gent legden de Lippens geen windeieren.
Hippolyte volgde zijn schoonvader, Charles de Kerckhove, op als burgemeester van Gent.
De ambitieuze Hippolyte werd ook lid van de Kamer en de Senaat. Daar zetelden toen de echte machthebbers van het land.
Nog in de 19de eeuw: broer August Lippens veroverde Marie 't Serstevens.
Haar familie was een grote aandeelhouder bij de Generale Bank en de Assurances Générales (AG).
Zo tuimelde een Lippens in de wondere wereld van 'les hautes finances'.»
De eerste echte klepper binnen de dynastie werd Maurice Auguste Eugène Charles Marie Ghislain Graaf Lippens (Gent, 21 augustus 1875 - Elsene, 12 juli 1956) , zoon van Hippolyte en grootvader van de huidige ex-Fortisvoorzitter Maurice.
Hij bekleedde een indrukwekkende reeks mandaten: gouverneur van Oost-Vlaanderen, gouverneur van Belgisch Congo, minister van Openbaar Onderwijs, senaatsvoorzitter,...
Hoewel Maurice de familiale weg naar de macht als geen ander voortzette, was hij ook een buitenbeentje.
Of beter: zo leek het toch. Hij 'vernederlandste' de Gentse universiteit, tot grote ergernis van zijn Franstalige familie, vrienden en academici.
Maurice werd in 1921 in de adelstand verheven.
Nu is dat een decoratie, maar toen was dat enkel weggelegd voor rijke mensen met een verdienste voor het. vaderland.
Nog opmerkelijker waren zijn interventies voor en bij het begin van de Tweede Wereldoorlog.
Maurice Lippens legde contact met Adolf Hitler.
Hij stelde koning Leopold III voor om rechtstreeks te onderhandelen met de nazi's.
Maurice Lippens wilde een autoritaire Belgische regering à la Vichy (de Franse oorlogsregeling die collaboreerde met de Duitsers) in het zadel helpen, waarin hij zichzelf een belangrijke ministerspost zou toekennen. De plannen van Maurice werden evenwel gekelderd door de kabinetschef van Leopold III.
Maurice Lippens hield ook op familiaal vlak de teugels strak in handen.
Zijn dochter Suzanne trouwde met haar achterneef Léon Lippens. Geen toeval.
Eeuwige strateeg Maurice verhinderde op die manier dat het familiefortuin en de macht - grotendeels te danken aan de eerdere huwelijken met de ’t Serstevens en de DeKerckhoves, zouden verbrokkelen.

Léon Lippens werd in 1947 burgemeester van Knokke en had aandelen in de steenbakkerijen van Knokke en Snaaskerke en exploiteerde enkele jaren een suikerplantage in Congo, maar een groot zakenman was hij niet.
Hij haatte «de slechte mensen» van de Generale Maatschappij in Brussel, maar bouwde wel verder aan de familiale vastgoedvennootschap Compagnie Het Zoute, die nu nog Knokke beheerst.
Léon was een godsdienstige poëet, natuurliefhebber en jager.
Hij tuurde het liefst naar watervogels en was de grondlegger van natuurreservaat 't Zwin.
Hij dweepte met de geschriften van Pierre Teilhard de Chardin, een Franse theoloog die zijn leven lang zocht naar een evenwicht tussen de strenge katholieke leer en de moderne natuurwetenschappen.
Léon en Suzanne Lippens kregen vier kinderen, één om de twee jaar:
Marie (1937), Elisabeth (1939), Léopold (1941) en Maurice (1943).
De zussen trouwden een goede partij en leven in de anonimiteit.

De spraakmakende 'frigoboxhater' Léopold werd burgemeester van Knokke en is dat nog steeds.
Hij is de feitelijke man achter Compagnie Het Zoute en kwam een paar jaar geleden in die hoedanigheid in het nauw, toen bleek dat een zelfstandige medewerker van de vastgoedgroep steekpenningen betaalde aan zijn gemeentesecretaris.
De familie Lippens heeft niemand omgekocht», brieste Léopold. Waarna het onderzoek een stille dood stierf.
De enige die de grote Lippensdroom kon voortzetten, was Léopolds broer Maurice.
Maurice kreeg van thuis uit evenwel weinig zakelijke prikkels mee en was aanvankelijk erg bedeesd en stijf.
«En toch moest hij het maken. De familie Lippens leverde sinds het begin van de 20ste eeuw een reeks commissarissen bij de Generale Bank.
Ze vertegenwoordigden de belangrijkste aandeelhouders en traden op als waakhonden van de raden van bestuur.
Philippe Lippens, de beminnelijke oom van Maurice, was de laatste commissaris.
Het stond in de sterren geschreven dat Maurice de hoge zakenpieten uit zijn familie zou opvolgen.
Hij studeerde rechten en trok daarna naar Zuid-Afrika voor de Maatschappij voor de Zeevisserij en deed ook stage bij de bank Parisbas.
Tijdens zijn legerdienst vloog hij in een strafbataljon. Hij werd beschuldigd van cryptocommunisme (verdoken aanhanger van het communisme) omdat hij gelachen had met het beeld dat zijn oversten van 'de vijand' hadden opgehangen.
Alles kwam toch goed: hij werd reserveofficier. Hij behaalde in 1972 zijn MBA- diploma aan de Amerikaanse Harvard Business School. Waarna hij een bedrijf in elektronica-apparatuur leidde.»

Pas op 38- jarige leeftijd stapte Maurice in het hoger zakenleven.
Hij werd geroepen door zijn oom Philippe om bij Assurances Générales als bestuurder binnen te stappen.»
Maurice Lippens haatte het financiële establishment dat de scepter zwaaide bij AG.
Op vergaderingen praten ze enkel over hun jachtpartijen, kastelen en het snoeien van bomen.
Er wordt nooit iets beslist», zo liet hij zich eerder ontvallen. Volgens sommigen zijn dergelijke uitspraken maar een pose.
Hij presenteert zichzelf graag als een buitenbeentje, dat al vechtend de top heeft bereikt.
In werkelijkheid heeft hij zijn positie te danken aan het eeuwenoude 'familiewerk'.
En nog: imagogewijs was zijn zogezegde afkeer van het vermolmde establishment mooi meegenomen, want zo aanvaardde het volk hem als de redder des vaderlands.
Vergeten we niet dat Maurice en Léopold Lippens trouwden met twee adellijke zussen: Kathleen en Patricia Matthieu de Wynendaele, 'toevallig' de dochters van bankier Jacques die: in de kringen van de Generale terug te vinden was.
- met dank aan HLN en René De Preter
Terug naar boven
